NAVIGATIE

Verklaring van applet

Terug naar Virtueel Practicum Lokaal

Contact

Auteur:
Fu-Kwun Hwang

Nederlandse bewerking:
Henk Russeler

Laatste keer aangepast:

Lenzenstelsels

De werking van een telescoop

Een telescoop gebruikt men om zeer ver verwijderde voorwerpen waar te nemen.
Het objectief (de linker lens) is een convergerende lens met een grote brandpuntsafstand, soms verscheidene meters.
Omdat het voorwerp ver weg staat, wordt door het objectief een beeld in het brandpunt van het oculair (ooglens) gevormd. Het oculair is een convergerende lens met een brandpuntsafstand die veel kleiner is dan van het objectief.
De vergroting van de telescoop is:

De werking van een microscoop

Een microscoop bestaat uit twee convergerende lenzen, beide met een kleine brandpuntsafstand, genaamd objectief en het oculair (ooglens).
De brandpuntsafstand f van het objectief is veel kleiner dan de afstand tussen objectief en oculair.
Het voorwerp staat op een afstand van het objectief die iets groter is dan f . Het objectief vormt een vergroot reŰel beeld, dat als voorwerp voor het oculair fungeert. Het eindbeeld is virtueel, omgekeerd en vergroot.
Het voorwerp wordt zo geplaatst, dat het eindbeeld op 25 cm van het oculair ontstaat. Dit wordt bereikt door de microscoop in te stellen, d.w.z. de gehele microscoop t.o.v. het voorwerp te verplaatsen.
De totale vergroting is