Het foto-elektrisch effect
Een pas gepolijste, negatief geladen zinken plaat, verliest zijn lading als
hij blootgesteld wordt aan ultraviolet licht. Dit fenomeen wordt
foto-elektrisch effect
genoemd.
Nauwkeurige onderzoekingen tegen het eind van de negentiende eeuw, wezen uit
dat het foto-elektrisch effect ook bij andere materialen optrad maar alleen dan
als de golflengte kort genoeg was. Het foto-elektrisch effect wordt waargenomen
beneden een drempelwaarde die kenmerkend is voor het betreffende materiaal.
Vooral het feit dat langere golflengten geen enkel effect hadden ook al was de
lichtbundel zeer intensief, stelde de wetenschappers voor een raadsel.
Albert Einstein kwam uiteindelijk met de verklaring in 1905: Licht bestaat
uit deeltjes (
fotonen
), en de energie van zo'n deeltje is rechtevenredig met de frequentie van het
licht. Er is een zekere minimum energie nodig (afhankelijk van de
materiaalsoort) om een elektron uit de oppervlakte van de zinkplaat of een
ander vast lichaam los te maken (uittree-arbeid).
Als de energie van een foton groter is dan deze drempelwaarde, kan het elektron
worden uitgezonden. De volgende formule is een resultaat van deze uitleg:
Ekin ... maximale kinetische energie van een uitgezonden elektron
h ..... constante van Planck (6.626·10-34 Js)
f ..... frequentie
W ..... uittree-arbeid
- Aanwijzingen voor de animatie
- Deze Java applet laat een experiment zien voor de bepaling van de constante
van Planck en de uittree-arbeid: Een enkele spectraal lijn wordt uit het licht
van een kwikdamplamp gefilterd. Dit licht valt op de kathode (C) van een
foto-elektrische cel en veroorzaakt daar de emissie van elektronen (of niet).
Om de maximale kinetische energie van de uitgezonden elektronen te bepalen, is
het nodig een tegenspanning (ook wel stopspanning genoemd) aan te sluiten door
middel van een potentiometer. Deze spanning wordt zo ingesteld dat er net geen
elektronen meer bij de anode (A) arriveren. De blauw gekleurde meter geeft de
grootte van deze spanning aan. De rood gekleurde meter geeft aan of er nog
elektronen op de anode aankomen.
-
Het rechter paneel geeft je de mogelijkheid het kathodemateriaal, de
golflengte en de stopspanning in te stellen. De aangegeven waarden duiden op de
frequentie van het licht en de energie balans bij het foto-elektrisch effect.
De resultaten van de metingen worden in een frequentie-spanning grafiek
getekend, linksonder en kunnen met de knop rechtsonder weer worden gewist.
-
De plaatsing van de drie meetseries in de grafiek resulteert in drie
parallelle lijnen. Uit de helling van deze lijnen kan de constante van Planck
(h) worden bepaald. Tevens kan de grootte van de uittree-arbeid van het
betreffende kathodemateriaal (in eV, d.w.z elektron volt) direct worden
afgelezen bij het snijpunt met de verticale as.