De Laser
De laser (Light Amplification by Stimulated Emission of Radiation) is een buitenbeentje: hij is voorspeld door Einstein en voor onmogelijk gehouden door Bohr, zelfs toen de vergelijkbare maser (in het microgebied) bleek te werken, had Bohr nog twijfels.
In een laser zorgt men voor veel aangeslagen atomen. Vanuit deze aangeslagen toestand
vallen ze terug naar een metastabiele toestand waar zij hun energie niet meteen
weer uitzenden.
Als één atoom een foton uitzendt, volgt door resonantie plotseling
een lawine van fotonen.
Die schieten dan heen en weer tussen de twee spiegels aan weerskanten van de laser
(deze zijn niet in de applet hieronder getekend) onderweg nieuwe lawines opwekkend.
Fotonen die door één van spiegels ontsnappen, lopen precies met
elkaar in de pas en hebben dezelfde energie. De bundel heet coherent: de lichtgolven
hebben allen dezelfde fase, dezelfde frequentie en dezelfde richting.
Enkele toepassingen: afstandsmeting, hologram, oogoperatie, barcodering, cd, printer ....


