NAVIGATIE

Verklaring van applet

Terug naar Virtueel Practicum Lokaal

Contact

Auteur:
Fu-Kwun Hwang

Nederlandse bewerking:
Henk Russeler

Laatste keer aangepast:

Wetten van Kepler

De zon, het grootste lichaam in het planetenstelsel, valt praktisch samen met het massamiddelpunt van het stelsel en beweegt veel langzamer dan de planeten. Dit rechtvaardigt de keuze van de zon als oorsprong van het coŲrdinatenstelsel, omdat het praktisch een inertiaalsysteem is. Het voorstel van Copernicus hielp de astronoom Johannes Kepler (1571-1631) de wetten van de planetenbeweging te ontdekken als gevolg van zijn zorgvuldige analyse van de astronomische metingen van Tycho Brahe (1546-1601).
Deze zgn. Wetten van Kepler geven een kinematische beschrijving van de planetenbeweging en luiden:
  1. De planeten beschrijven elliptische hanen, met de zon in een der brandpunten.
  2. De voerstraal van elke planeet t.o.v. de zon beschrijft in gelijke tijden gelijke oppervlakken van zijn ellips.
    (Deze wet wordt de perkenwet genoemd.)
  3. De kwadraten van de omloopstijden zijn evenredig met derde machten van de gemiddelde afstanden van de planeten tot de zon.
    (Deze wet kan voorgesteld worden door de vergelijking P2 = kr gem3 waarin k een evenredigheidsconstante is.)
De volgende stap in de geschiedenis van de astronomie was een discussie over de dynamica van de planetenbeweging en een poging om de wisselwerking te bepalen die deze beweging veroorzaakt. Hierbij leverde Sir Isaak Newton (1642-1727) zijn grote bijdrage, de algemene gravitatiewet . Deze wet werd door Newton in 1666 geformuleerd, maar pas in 1687 gepubliceerd als hoofdstuk van zijn monumentale werk Philosophiae Naturalis Principia Mathematica