Cirkelbewegingen
In deze animatie worden zowel de plaats- de snelheid- als de
versnellingsvectoren zichtbaar gemaakt.
Dit gebeurt voor zowel een rollend voorwerp als voor een roterend voorwerp.
-
Aanwijzingen voor de animatie
-
Het verband tussen de baansnelheid, de hoeksnelheid en de straal van de
cirkelbeweging:
Als het rollende wiel beweegt zonder te slippen:
Als het wiel met gierende "banden" optrekt, geldt:
Als het wiel met piepende "banden" remt, geldt:
-
Het midden van het wiel beweegt met contante snelheid (t.o.v. de grond).
Deze snelheid, in grootte, heeft ook elk stukje van het wiel (t.o.v. het midden
van het wiel).
Het midden van de cirkelbeweging beweegt zich rechts met dezelfde snelheid als
het midden van het wiel.
-
De versnellingsvector a wijst altijd in tegengestelde richting van de
plaatsvector r.
De snelheidsvector staat loodrecht op zowel de versnellingsvector als de
plaatsvector.
Let op de snelheidsvectoren op de rand van het wiel.
-
De volgende vectoren zijn te zien tijdens de animatie:
-
De witte vector stelt de snelheid van het midden van het wiel t.o.v. de grond
voor.
-
De rode vector stelt de snelheid van het punt t.o.v. midden van het wiel voor.
-
De som van de rode en de witte vector is de cyaan gekleurde vector; de
snelheid van dat punt t.o.v. de grond.
-
De groene lijn laat de weg van een punt op de rand van het wiel zien.
-
Met dank aan
Surendranath Reddy.B.
voor zijn suggesties.